Veiligheid

Elke werkgever heeft de verplichting actief mee te werken aan het welzijn van de werknemers op het werk.Een schoolbestuur staat aan het hoofd van het preventiebeleid in zijn school, het is de eindverantwoordelijke. Om veiligheid, gezondheid en welzijn in de school te waarborgen, moet het verschillende taken uitvoeren:

1. Een dynamisch risicobeheersingssysteem opstellen
2. Informatie en opleiding geven
3. Een interne dienst voor preventie en bescherming oprichten (IDPB)
4. Een externe dienst voor preventie en bescherming aanstellen
5. De werknemers-onderwijspersoneel raadplegen

1. Een dynamisch risicobeheersingssysteem opstellen

De werkgever moet preventie structureel aanpakken. Hij stelt hiervoor een dynamisch risicobeheersingssysteem op dat hij samen met de hiërarchische lijn (directie, middenkader), de werknemers (onderwijspersoneel) en de interne dienst voor preventie en bescherming (preventie adviseur) uitwerkt. Dat gebeurt in drie fases:

  • De werkgever brengt de risico’s in kaart die de veiligheid en gezondheid van zijn werknemers in gevaar kunnen brengen aan de hand van een risicoanalyse.
  • Op basis van deze risicoanalyse werkt hij preventiemaatregelen uit.
    Bv. Als er veel lawaai is in een werkplaats, kan het schoolbestuur het verschaffen van gehoorbescherming (oorkappen, oordopjes, …) als preventiemaatregel treffen.
  • De werkgever legt het dynamisch risicobeheersingssysteem vast in twee plannen:
    • het globaal preventieplan voor een periode van telkens 5 jaar;
    • het jaarlijks actieplan: dit plan is gebaseerd op het globaal preventieplan en bepaalt de kortetermijn doelstellingen.

Er wordt in het welzijnsbeleid gewerkt met een zo groot mogelijke preventie door risicoanalyses. De preventie is het geheel van maatregelen die genomen worden op het niveau van de organisatie als geheel, op het niveau van een groep van functies of op het niveau van het individu, met het oog op het voorkomen van risico’s en het vermijden of beperken van schade.

Het risico is de kans dat schade die een bepaalde ernst vertoont zich voordoet in bepaalde gebruiksomstandigheden of bij blootstelling van een werknemer aan een gevaar in aanwezigheid van risicofactoren.

Het dynamisch risicobeheersingssysteem heeft de volgende kenmerken:

• het is een systeem, een stelsel van werkwijzen of handelingen dat berust op een ordenend beginsel en een samenhangend geheel vormt;

• het is dynamisch, het wordt voortdurend aangepast aan de gewijzigde omstandigheden en is dus een continu proces dat steeds verder evolueert;

• het is een systeem dat betrekking heeft op risicobeheersing, de planning van de preventie en de uitvoering van het welzijnsbeleid, waarbij beoogd wordt de risico’s voor het welzijn van de werknemers te beheersen door ze op te sporen en te analyseren en concrete preventiemaatregelen vast te stellen.

2. Informatie en opleiding geven

De werkgever moet opleidingen aanbieden aan de leden van de directie en middenkader en het onderwijspersoneel om ze op de hoogte te brengen en te houden van alle nodige informatie over de risico’s en bijhorende preventiemaatregelen die te maken hebben met de uitvoering van hun taken in de school of het centrum. Daarnaast is hij verplicht een intern noodplan (ingeval van bv. brand, explosie...) op te stellen.

3. Een interne dienst voor preventie en bescherming oprichten (IDPB)

Om te helpen het preventiebeleid gestalte te geven, moet het schoolbestuur over een IDPB beschikken. Deze verplichting geldt ongeacht het aantal werknemers Hoofd van deze interne dienst is de preventieadviseur. De preventieadviseur moet deel uitmaken van het personeel

van de betrokken schoolbestuur. (werkgever)

Bij ondernemingen met minder dan 20 werknemers mag de werkgever zelf deze taak uitoefenen.

4. Een externe dienst voor preventie en bescherming aanstellen (EDPB)

Indien het schoolbestuur de vereiste deskundigheid niet of onvoldoende in huis heeft, moet hij een beroep doen op een externe dienst. Zo’n dienst bestaat uit deskundigen in arbeidsveiligheid, arbeidsgeneeskunde, ergonomie, bedrijfshygiëne, psychosociale aspecten van het werk, pesten,…

5. De werknemers raadplegen

Het schoolbestuur moet zijn werknemers (onderwijspersoneel) raadplegen over de maatregelen in het kader van zijn preventiebeleid.

De hiërarchische lijn

De hiërarchische lijn (directie, middenkader) moet zorgen voor de dagelijkse uitvoering van het preventiebeleid.

Hun taken:

  1. Voorstellen en adviezen formuleren aan het schoolbestuur aangaande het veiligheidsbeleid
  2. Ongevallen en incidenten die zich voorgedaan hebben op de arbeidsplaats onderzoeken en maatregelen voorstellen om dit in de toekomst te voorkomen
  3. Controle uitoefenen op de arbeidsmiddelen, de collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen,...
  4. Het advies inwinnen van de diensten voor preventie en bescherming op het werk
  5. Controleren of de aangeduide werknemers over de vereiste bekwaamheid en voldoende informatie beschikken om hun taak naar behoren uit te voeren.

Het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW)

Elke onderneming met ten minste 50 werknemers moet over een preventiecomité beschikken. Dit comité is samengesteld uit afgevaardigden van het schoolbestuur en van het onderwijspersoeel. Het comité doet voorstellen en formuleert adviezen rond veiligheid en gezondheid op het werk.

Een schoolbestuur is verplicht het comité advies te vragen over het welzijnsbeleid (bv. het dynamisch risicobeheersingssysteem, het globaal preventieplan, het jaarlijks actieplan, de aankoop van beschermingsmiddelen, e.a.).

Bij de aanstelling of vervanging van de preventieadviseur is het akkoord van het comité vereist. Verder moet het preventiecomité inzage krijgen in alle verslagen, documenten en adviezen die te maken hebben met het welzijnsbeleid.

De interne dienst voor preventie en bescherming (IDPB)

De interne dienst Preventie moet het schoolbestuur, de hiërarchische lijn (directie) en het onderwijspersoneel bijstaan bij het invullen van het preventiebeleid.

1. Preventieadviseur

Om het welzijn van het onderwijspersoneel tot stand te brengen moet een schoolbestuur een interne dienst voor bescherming en preventie op het werk oprichten. Binnen deze dienst moeten één of meer preventieadviseurs aangesteld worden. In ondernemingen met minder dan 20 werknemers mag het schoolbestuur-directie deze taak op zich nemen. Voor de rest maakt de preventieadviseur deel uit van het personeel van de school.

Een preventieadviseur geeft advies over alle aangelegenheden die betrekking hebben op het welzijnsbeleid en helpt alle betrokken partijen (het schoolbestuur, de hiërarchische lijn en het onderwijspersoneel) bij de toepassing van de maatregelen bedoeld in de welzijnswet.

Wanneer de interne dienst niet alle vereiste opdrachten kan uitvoeren, moet er beroep gedaan worden op een erkende externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Bij ons op school is dat "Idewe"

Taak van de preventieadviseur

De taken van de preventieadviseur zijn zeer uiteenlopend en vereisen een brede kennis. Daarom werd de functie van preventieadviseur opgedeeld in verschillende disciplines. Volgende disciplines worden onderscheiden: arbeidsveiligheid, psychosociale aspecten, bedrijfshygiëne, ergonomie en arbeidsgeneeskunde.

Eén persoon kan meerdere disciplines combineren, indien hij over de nodige kennis beschikt en voldoende opleiding heeft genoten. Niet alle combinaties zijn echter mogelijk, zo kunnen de discipline arbeidsveiligheid en arbeidsgeneeskunde nooit uitgeoefend worden door één en dezelfde preventieadviseur. De arbeidsgeneesheer moet het gezondheidstoezicht op de werknemers verzekeren. De preventieadviseur inzake psychosociale aspecten werkt samen met de werkgever een preventiebeleid uit in verband met het psychosociaal welzijn van de werknemers en speelt tevens een actieve rol indien de werknemers menen het slachtoffer te zijn van geweld, pesterijen, ongewenst seksueel gedrag of discriminatie. Hij verstrekt advies, opvang en hulp aan deze personen. Hij wordt bij voorkeur in deze laatste taak bijgestaan door één of meerdere vertrouwenspersonen. Preventieadviseurs ergonomie geven advies over het aanpassen van de techniek en de arbeidsomstandigheden aan de menselijke fysiologie. De taak van preventieadviseurs arbeidsveiligheid en arbeidshygiëne bestaat erin de werkgever en de werknemers raad te geven in verband met de veiligheid en de hygiëne van de werkplekken en arbeidsplaatsen. Wanneer het schoolbestuur niet over de nodige interne expertise beschikt, moet hij een beroep doen op externe deskundigheid (een externe dienst PBW). Alle taken waarvoor interne deskundigheid aanwezig is, laat de werkgever intern uitvoeren. De interne dienst zorgt in dat geval wel steeds voor de goede samenwerking met de externe dienst en de coördinatie van de activiteiten.

Er bestaat geen wettelijke methode om de minimumduur van de preventieadviseur te bepalen. De minimumduur moet worden bepaald rekening houdende met de activiteiten en omvang van de onderneming (school) op basis van de jaaractiviteit.

2. Comité voor Preventie en Bescherming

Voor het Preventiecomité is het koninklijk besluit van 3 mei 1999 van belang. Het geeft een overzicht van de oprichting, samenstelling, opdrachten, werking en het huishoudelijk reglement van het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk.

 

De externe dienst voor preventie en bescherming (EDPB)

Een externe dienst Preventie wordt wettelijk erkend en bestaat steeds uit twee afdelingen: de afdeling risicobeheer en de afdeling medisch toezicht. Het schoolbestuur moet een beroep doen op een externe dienst indien hij de vereiste deskundigheid niet of onvoldoende in huis heeft. Als de interne dienst niet beschikt over een departement voor medisch toezicht, moet er een externe dienst worden ingeschakeld. Dit geldt niet voor de taken aangaande de eerste hulp.

Het onderwijspersoneel (werknemer)

Een welzijnsbeleid kan maar slagen als iedereen zijn steentje bijdraagt. Ook het onderwijspersoneel, als werknemers hebben een aantal verantwoordelijkheden.

Plichten:

  1. Een taak zodanig uitvoeren dat men de anderen (personeel, leerlingen) niet in gevaar brengt
  2. De ter beschikking gestelde beveiligingen gebruiken
  3. Gevaren melden aan de hiërarchische lijn, het schoolbestuur of de preventieadviseur
  4. Meewerken aan door het schoolbestuur georganiseerde opleidingssessies
  5. De machines, apparatuur en toestellen op een correcte manier gebruiken
  6. De instructies en voorschriften inzake welzijnswetgeving opvolgen

Rechten:

1. Het recht op werkonderbreking in geval van dreigend gevaar indien volgende drie voorwaarden samen vervuld zijn:

  • er bestaat volgens een "redelijk oordeel" een ernstig gevaar voor de veiligheid van de werknemers en leerlingen;
  • het gaat om een imminent gevaar, er is sprake van een directe dreiging (bv. een brand);
  • de directe chef en de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk moeten onmiddellijk op de hoogte gebracht worden.

2. Het onderwijspersoneel heeft recht op informatie en opleiding en inspraak over het preventiebeleid.